Basisbegrippen van de fotografie

Basisbegrippen van de fotografie, makkelijk voor jou uitgelegd.

11 begrippen die je als fotograaf best kent

Beginnende fotografen komen in een woud van begrippen terecht. Veel van deze begrippen kan je meestal niet dadelijk koppelen aan een logische uitleg. De bijhorende afkortingen op fototoestellen verschilt van merk tot merk wat het nog wat ingewikkelder maakt.

Onderstaande lijst is dan ook een leidraad doorheen de verschillende begrippen. Ga maar lekker aan de slag met je camera zonder hoofdpijn te krijgen van de talrijke instellingen.

Probeer de instellingen eerst apart uit en combineer ze nadien naar hartenlust met elkaar. Je zal het merken gaande weg ga je spelen met de instellingen en kan je voluit je nieuwe passie beleven.

Ondek jezelf , vindt je eigen stijl als fotograaf doorheen je leer- en zoektocht…ik verzeker je ; het wordt alleen maar leuker!

#1 Diafragma

Een diafragma kan je best vergelijken met de pupil van je oog. (Yep dat zwart rondje in het midden van je oog) Als dat zwarte rondje groot is, kan het veel licht ontvangen, meestal is dat in het donker.

Is je pupil klein , meestal wanneer het licht is, dan valt er veel licht op. Je kan het een beetje zien alsof je oog denkt dat er niet teveel licht in je ogen mag binnendringen. Op dezelfde manier werkt het diafragma.

Diafragma wordt aangegeven met de letter ‘f’. Hoe kleiner de waarde achter deze letter, hoe meer licht je diafragma opvangt. Voorbeeld : f11 zal minder licht binnenlaten als f4

Lees hier het hele artikel : Wat is diafragma?

#2 Sluitertijd

Je staat voor een deur en die deur kan héél vlug open en dicht gaan of net héél traag. Deze snelheid waarmee je foto wordt gevormd, wordt de sluitertijd genoemd.

Bij bewegende voorwerpen wordt de sluitertijd erg belangrijk. Met een korte sluitertijd kan je die voorbijrijdende fietser scherp op je foto krijgen. Met een lange sluitertijd krijg je een lange streep, terwijl de achtergrond perfect scherp is.

Op mijn eigen toestel (een Fujifilm) wordt dit aangegeven met de letters ss op mijn scherm. Heb ik bv ss4000 op mijn scherm staan, heb ik een snelle sluitertijd ingeschakeld. Op 1/4000 van een seconde maakt jouw camera een foto voor jou!

ss150 is een tragere sluitertijd en heb je ss4″ dan heb je een heel lange sluitertijd ingesteld. Die laatst doet er dan 4 seconden over om jouw foto te maken.

Lees hier het hele artikel : Wat is sluitertijd?

#3 Iso-waarden of lichtgevoeligheid

De lichtgevoeligheid bepaalt voor jou hoeveel licht er valt op het gedeelte van je camera waar je foto wordt gemaakt; de sensor.

Hoe lager de waarde, hoe minder licht je sensor nodig heeft om een goede foto te maken. Bij een helder dag gebruik je bv ISO 100 als instelwaarde.

Ben je binnen of wordt het donker, gebruik dan een hogere waarde bv ISO 1600. Probeer zo laag mogelijk in te stellen. Bij een hoge ISO-waarde kan een soort korreleffect op je foto ontstaan, dit wordt ook wel ruis genoemd.

Lees hier het hele artikel : Wat zijn Iso-waarden?

#4 De Belichtingsdriehoek

De samenwerking tussen de drie voorgaande begrippen ; diafragma, sluitertijd en iso-waarden, dat noemen we de belichtingsdriehoek.

Je maakt op voorhand je keuze op je veel beweging gaat zien door een hoge sluitertijd te kiezen. De korte sluitertijd zorgt voor weinig lichtinval en daardoor zal je het diafragma verder open moeten zetten. Hierdoor kan je de iso-waarden best wat hoger houden, zodat je toch ruis kan beperken.

In het begin is dit best lastig, gaandeweg zal je merken dat je wel altijd een vertrekpunt hebt om de juiste instellingen te kiezen.

Lees hier het hele artikel : Wat is belichtingsdriehoek?

#5 Stops

Kom je er met de belichtingsdriehoek niet helemaal uit, dan je stops toevoegen. Dit is een functie op je camera waarbij je je foto lichter of donkerder maakt.

Meestal kan je kiezen tussen 0 en3 of 5 stops om je foto lichter te maken of net donkerder. Dit is afhankelijk van je toestel, vooral de nieuwere toestellen gaan nog een tussen verdeling maken van derden, de ouder toestellen maken een tussenverdeling met halve stops. Veel fotografen nemen meerdere foto’s met verschillende stops. Later thuis kiezen ze hieruit hun beste foto.

#6 Witbalans

Heb jij ook wel eens van die lampen gekocht waarna je dacht ‘ dit is een heel andere kleur dan die vorige lamp’. Hiermee kan je de witbalans vergelijken.

De ene lamp geeft een geelachtig licht terwijl een andere perfect wit licht geeft. Op je camera kan je zelfs een blauw, groen of rood licht instellen. Deze kleurinstelling wordt uitgedrukt met de waarde ‘Kelvin’.

Je raadt het al dhr. Kelvin was een slimme meneer die een vernuftig systeem wist te maken om de temperatuur van kleuren weer te geven. Hoe hoger het getal , hoe kouder de kleurtemperatuur.

Rood is bv 2000K, geel 4000K, wit 7000K en blauw kan oplopen tot 16000K

Ondertussen heeft jouw camera al opgelost welke waarden van Kelvin het best voor jouw gebruikt. Bij de toets ‘wb’ staan al een aantal voorgeprogrammeerde functies, zo kan je makkelijk naar daglicht, zonlicht of schaduw en bewolkt overschakelen.

Lees hier mijn artikel : Je witbalans meteen goed instellen!

#7 Live view

Je hebt 2 manieren om door je fototoestel te kijken naar je onderwerp als je ene foto wil maken. De eerste is door de zoeker, ja dat is dat kleine vierkantje waar je je oog tegenzet. Vooral bij bewegende voorwerpen is dit de meest gebruikte manier. (is het beeld niet scherp, dan staat er wellicht een wieltje net naast om te verscherpen)

De tweede manier is via Live View. Dit is kijken op het Lcd-scherm van je fotocamera of je compositie helemaal naar je zin is. Deze methode wordt veel gebruikt wanneer je een statief gebruikt.

Het kantelbare Lcd-scherm maakt het je ook mogelijk om heel laag bij de grond of net heel hoog te fotograferen, zonder dat je akelig moet stunten.

#8 Brandpuntsafstand

Dit is de afstand tussen midden van het glas van je lens tot je waar de lichtstralen samenkomen op de sensor van je fotocamera. Objectieven krijgen de minimum en maximum brandpuntsafstand mee.

Koop je een objectief met getallen 50-200mm, betekent dit dat de minimum brandpuntsafstand 50 mm is en het maximum 200 mm. Je bepaalt met deze getallen hoe breed je kijkhoek is.

Bij landschappen willen je heel breed kijken en kies je beter een objectief met een klein getal, wil je ver kunnen inzoomen verklein je de kijkhoek en kies je beter een objectief met een groot getal.

#9 Scherptediepte

Op sommige foto’s lijkt het alsof je kilometers ver kan kijken. Op de voorgrond zie je een schelp liggen wat verder begint het water van de zee en nog wat verder is de zonsopgang boven de bergen met wat wolkjes in de lucht.

Heerlijk spannend om stukje per stukje de hele foto te ontdekken. Met veel scherptediepte bepaal jij hoe ver je kan kijken. Denk in het voorbeeld de schelp en het zand van het strand weg en je hebt meteen veel minder dieptewerking in je foto.

Niet alle foto’s vragen een hele grote scherptediepte. Objecten zoals bloemen of paddenstoelen zet je liever in de kijker en vragen soms een wazige achtergrond zodat jouw object nog mooier uitkomt.

#10 De regel van derden

Deel je scherm zowel horizontaal als verticaal in 3 delen. Dit is ook en instelling in je camera, die functie staat op mijn camera standaard op.

Je zal merken dat jij jouw onderwerp op 1/3 van de zijkant van je foto plaats dat dit een veel mooier effect kan hebben, dan wanneer je het centraal in het midden plaats.

Die lijnen op je camera kan je ook gebruiken bij je landschapsfotografie om je horizon op 1/3 van de onder-of bovenzijde te plaatsen. Dit kunstzinnig trucje werkt altijd.

#11 Leidende lijnen

Leidt de ogen van je kijker met een aantal natuurlijke lijnen naar jouw focuspunt op je foto. Dat zijn de leidende lijnen. Het kunnen bandensporen zijn, lijnen op de weg, witgeschilderde lijnen van de atletiekpiste,…

Deze lijnen trekt je blik meteen de foto in, alsof je zelf in de foto zou willen stappen. Combineer de leidende lijnen met de regel van derden en je krijgt vast en zeker een prachtige foto!

Interessante artikels voor jou!